Reactie NLHydrogen op het Nationaal Plan Energiesysteem 2026: “Waterstof blijft belangrijk, maar we dreigen kansen te missen”
Den Haag 16 september 2026 – Het geactualiseerde Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) schetst hoe Nederland de komende decennia wil toewerken naar een klimaatneutraal energiesysteem. Het is een grote opgave om alle belangen, onzekerheden en technologische ontwikkelingen samen te brengen in één plan voor het energiesysteem van de toekomst. Wij spreken daarom allereerst onze waardering uit voor het werk van de minister en haar ambtenaren.
NLHydrogen onderschrijft de belangrijke rol die het NPE toekent aan waterstof als onderdeel van een toekomstbestendig energiesysteem. Tegelijk zien wij op een aantal punten ruimte om ambities beter te verankeren en kansen voor verduurzaming, economische groei en energiezekerheid beter te benutten. Concreet moeten er duidelijke voorwaarden komen voor nieuwe koolstofarme waterstofproductie. Daarnaast vinden wij dat het basisscenario in het NPE voor de periode na 2035 te sterk uitgaat van een kleinere waterstofmarkt. Ten slotte ontbreekt de inzet van waterstof in elektriciteitscentrales en inzet van middelen ten behoeve van opschaling van offshore waterstof en importinfrastructuur.
Geef duidelijkheid over de rol van koolstofarme waterstof
Het NPE beschrijft directe elektrificatie als de voorkeursroute voor veel vormen van industriële proceswarmte. Maar voor hoge temperatuurwarmte moet vooral koolstofarme waterstof hierin gaan voorzien. Daarmee ontstaat de vraag of er voldoende koolstofarme waterstof beschikbaar zal zijn.
Het NPE gaat ervan uit dat bestaande SMR-installaties en productie uit restgassen in belangrijke mate aan die vraag kunnen voldoen. Studies, waaronder onderzoek van PwC in opdracht van Gasunie, zien dat koolstofarme waterstof een aanzienlijk grotere bijdrage kan leveren aan snelle en kosteneffectieve emissiereductie dan momenteel in het NPE wordt verondersteld. Om die potentie te benutten is het nodig om niet alleen naar bestaande productiecapaciteit te kijken, maar ook ruimte te bieden aan nieuwe projecten voor koolstofarme waterstofproductie.
Tijdens het vorige waterstofdebat heeft de minister voorwaarden geschetst waaraan nieuwe koolstofarme waterstof uit aardgas moet voldoen om in aanmerking te komen voor publieke ondersteuning. Zo moet deze route kosteneffectief zijn ten opzichte van andere verduurzamingsopties, niet concurreren met alternatieve emissiereductiemaatregelen en voldoen aan de Europese eisen voor koolstofarme brandstoffen, waaronder een substantiële CO₂-reductie ten opzichte van fossiele alternatieven. Het NPE is bij uitstek de plek om, naar aanleiding van het waterstofdebat, duidelijkheid te bieden over de rol die nieuwe koolstofarme waterstofproductie in het toekomstige energiesysteem kan spelen.
Die duidelijkheid ontbreekt op dit moment nog, en de praktische consequenties hiervan zijn groot. Er zijn partijen met concrete koolstofarme waterstofprojecten die vele jaren en veel geld hebben geïnvesteerd om koolstofarme waterstof te produceren in Nederland en zo bij te dragen aan onze klimaat- en energiezekerheidsdoelstellingen. Het is voor deze partijen essentieel dat de aangekondigde voorwaarden voor koolstofarme waterstof concreet worden uitgewerkt, anders gaat hun inzet verloren.
Realistisch op korte termijn, terughoudend op lange termijn
Het NPE brengt meer realisme aan in de verwachting rondom waterstof op korte termijn. Ten opzichte van eerdere ramingen zijn de aannames herijkt op basis van de huidige marktomstandigheden, terwijl de rol van groene waterstof en import goed verankerd blijft.
Voor de lange termijn kiest het NPE echter voor het lage vraagscenario als basispad. Daarmee wordt vanaf 2040 uitgegaan van een relatief beperkte waterstofmarkt. Dat is een vroegtijdige en daarom potentieel voorbarige keuze, gezien de grote onzekerheden rond onder meer elektriciteitsprijzen, marktontwikkelingen en toekomstig beleid. Ook de systeemstudie van CE Delft laat zien dat een grotere waterstofmarkt een realistisch ontwikkelpad blijft. Het NPE zou die mogelijkheid nadrukkelijker open moeten houden.
Geen perspectief voor elektriciteitscentrales uit waterstof
Er wordt nog geen perspectief geschetst voor inzet van groene of koolstofarme waterstof in elektriciteitscentrales, terwijl de Klimaat- en Energieverkenning 2026 aangeeft dat er nu én straks een tekort is aan flexibel CO2-vrij vermogen. De overweging vanuit het NPE is dat de kosten per vermeden ton CO2 hoog zijn, waardoor het op de korte termijn (5-10 jaar) niet wenselijk is om hierop in te zetten. Dit neemt echter niet weg dat inzet op deze route toch belangrijk is. Productie-installaties en infrastructuur voor flexibele elektriciteitsproductie hebben een lange ontwikkeltijd. Als we willen zorgen dat deze op tijd gereed zijn om ná 2035 een bijdrage te leveren aan de energietransitie, dan moet daar in het huidige NPE en andere beleidsstukken toch echt al op voorgesorteerd worden. Het uitstel nu maakt de rekening straks niet lager.
Ondersteun de eerste importketens voor waterstofdragers
Import van energiedragers krijgt een grotere rol in het geactualiseerde NPE. Er wordt opgemerkt dat de energietransitie kansen biedt om bestaande afhankelijkheden te vervangen door een breder en robuuster netwerk van internationale energieketens.
Dat sluit aan bij de analyse van NLHydrogen. In de Waterstofhandelsagenda laat een brede coalitie van organisaties en bedrijven zien hoe Nederland zijn positie als energiehub van Noordwest-Europa kan versterken door nu te investeren in nieuwe importketens voor waterstofdragers. Daarmee wordt niet alleen de leveringszekerheid vergroot, maar ook de strategische autonomie van Nederland en Europa.
Het kabinet ondersteunt de ontwikkeling van internationale waterstofwaardeketens via beleid en energiediplomatie. Voor de eerste generatie projecten zal echter meer nodig zijn. Om nieuwe importketens daadwerkelijk van de grond te krijgen, is ook gerichte financiële ondersteuning nodig voor zogenoemde first-of-a-kind-projecten.
Hervat de ontwikkeling van offshore waterstof
Volgens het NPE kan offshore waterstofproductie op termijn bijdragen aan een betere benutting van windenergie op zee, maar maken de hoge kosten het nog onzeker of dit een aantrekkelijke route is.
De demonstratieprojecten voor offshore waterstof zijn in 2025 door het Rijk gepauzeerd, met de aankondiging dat in de actualisatie van het NPE nieuwe plannen zouden worden uitgewerkt. Die uitwerking ontbreekt in het huidige NPE.
Wanneer Nederland over enkele jaren een weloverwogen keuze wil maken over grootschalige offshore waterstofproductie, moeten kennis, ervaring en innovatie nu verder worden ontwikkeld. Het is daarom belangrijk dat het onderzoeks- en ontwikkelingstraject voor offshore waterstof weer actief wordt voortgezet.
Verlaag de kostprijs van groene waterstof
Het NPE houdt rekening met hogere kostprijsverwachtingen voor groene waterstof dan enkele jaren geleden werden voorzien. Die ontwikkeling herkennen wij vanuit de praktijk en is gebaseerd op onderzoek van onder meer TNO en CE Delft.
Tegelijkertijd zijn er nog verschillende mogelijkheden om de kostprijs verder te verlagen. Innovaties zoals de flexibele inzet van elektrolysers bieden kansen om beter in te spelen op prijsschommelingen op de elektriciteitsmarkt, netcongestie en de beschikbaarheid van hernieuwbare energie. Hierdoor kunnen elektrolysers efficiënter worden ingezet, kunnen ze de systeemrol voor absorberen van pieken in het elektriciteitsaanbod beter pakken en ontstaan nieuwe verdienmodellen.
Daarnaast wordt de kostprijs van groene waterstof sterk beïnvloed door beleid. De nettarieven voor elektrolysers behoren in Nederland tot de hoogste van Europa. Hierdoor ligt de kostprijs van groene waterstof voor Nederlandse producenten naar schatting tot circa €2 per kilogram hoger dan in Duitsland. Dat heeft direct gevolgen voor de concurrentiepositie van Nederlandse projecten. Dit vraagstuk blijft in het NPE grotendeels buiten beschouwing, terwijl juist hier een belangrijke beleidshefboom ligt. Een beter gelijk speelveld binnen Noordwest-Europa kan groene waterstof goedkoper maken en de bijdrage ervan aan de energietransitie vergroten.
